De Grote of Maria Magdalenakerk is onmiskenbaar een icoon van Goes. Een rijksmonument met historische waarde, een herkenbaar silhouet in onze stad. Maar waardering voor erfgoed mag nooit betekenen dat we uit emotie financiële verplichtingen aangaan.

Het college stelt voor dat de gemeente Goes eigenaar wordt van de Grote Kerk. De aankoopprijs is symbolisch: €571. Dat klinkt aantrekkelijk, maar is in werkelijkheid misleidend. Met de sleutel krijgt de gemeente ook de volledige rekening. Vanaf 2027 kost het onderhoud jaarlijks ruim € 250.000. Op korte termijn is bijna € 3 miljoen nodig voor restauratie. En afhankelijk van het ambitieniveau kan daar nog eens tot € 8,5 miljoen aan ontwikkelkosten bovenop komen. Dit zijn geen eenmalige uitgaven, maar structurele lasten die tientallen jaren doorwerken.

In de toelichting wordt gesuggereerd dat de kerk zonder gemeentelijke overname haar maatschappelijke functie verliest of zelfs “verloren gaat voor de stad”. Dat beeld verdient correctie. De Grote Kerk is een rijksmonument. Dat betekent dat er wettelijke instandhoudingsplichten gelden, ook voor een nieuwe eigenaar, denk aan een horecaondernemer of een projectontwikkelaar. Sloop of grootschalige aantasting is gewoon geen reëel scenario. De vraag is dus niet of de kerk blijft bestaan, maar wie bereid is de kosten te dragen.

Daarbij komt een principieel punt. De kerk wordt gekocht van de Protestantse Gemeente Goes. Volgens de plannen kan deze geloofsgemeenschap de kerk ‘gewoon’ blijven gebruiken, terwijl de inwoners van Goes voortaan het onderhoud en de restauratie betalen. De Protestantse Gemeente kan dus doorgaan zoals voorheen, maar zonder verplichtingen en financiële lasten. Dat roept de vraag op of de gemeente Goes voortaan ook andere geloofsgemeenschappen op vergelijkbare wijze financieel gaat ondersteunen? Of creëren we hier een uitzonderingspositie die moeilijk uit te leggen is?

Ook de lange termijn vraagt om eerlijkheid. De exploitatie van de kerk is nu al structureel verliesgevend en dat zal niet veranderen. Grote restauraties zijn geen incidenten, maar terugkerende verplichtingen, eens per 15 tot 20 jaar. Daarmee leggen we toekomstige gemeenteraden en inwoners onnodig langdurige hoge financiële lasten op. Geld dat ook gebruikt kan worden om bijvoorbeeld de gemeentelijke lasten structureel te verlagen.

De VVD Goes vindt dat gemeenschapsgeld doelmatig moet worden besteed. Voor de bedragen die hier genoemd worden, kunnen in Goes meerdere belangrijk wijkvoorzieningen worden gefinancierd. Plekken waar dagelijks veel inwoners samenkomen en waar het maatschappelijk rendement direct zichtbaar is. Die vergelijking ontbreekt volledig in het voorstel.

Het college spreekt over de Grote Kerk als “huiskamer van Goes”. Een mooi ideaal, maar hoeveel inwoners maken daar daadwerkelijk structureel gebruik van? Wie profiteert concreet het meest van deze investering? En wat betekent dit besluit uiteindelijk in euro’s per inwoner van Goes, per jaar?

De VVD Goes is niet tegen cultuur of erfgoed. Maar wij zijn wél tegen het aangaan van miljoenenverplichtingen op basis van aannames en emotie. Eerst duidelijke antwoorden op deze vragen, dan pas een besluit. Dat is geen koudwatervrees, dat is verantwoord bestuur.